Luizenbrigade

handvat Luizenbrigade  

In dit document staat informatie en uitleg voor de ouders die meehelpen met het controleren op luizen op de OBS de Regenboog. In het eerste hoofdstuk staat  informatie over luizen zoals deze te vinden is op de websites van het RIVM en de GGD. In het tweede hoofdstuk staat de werkwijze zoals we die hanteren op school en in het laatste hoofdstuk staat de planning zoals we die nastreven in samenwerking met het team.

We hopen dat deze informatie voldoende houvast biedt.  Mochten er vragen zijn dan kun je deze altijd stellen aan de coördinatrice van de luizenbrigade.

 

HOOFDSTUK 1 – Informatie over luizen

Wat is hoofdluis?

De hoofdluis is een parasiet: het beestje leeft van mensenbloed. Hij zoekt graag behaarde en warme plekjes op zoals achter de oren, in de nek of onder een pony. Een volwassen hoofdluis is ongeveer 3 millimeter groot en grijsblauw of, nadat hij bloed opgezogen heeft, roodbruin van kleur. Mensen en alle diersoorten hebben een eigen luizensoort. Hondenluizen kunnen bijvoorbeeld niet op mensen overleven en andersom. De eitjes van de hoofdluis, de neten, zijn ongeveer 1 milliliter groot en grijswit. Ze lijken op roos. Het verschil is dat roos los zit terwijl neten juist aan het begin van de haren kleven. Hoofdluis kan kruipen en verspreidt zich in een hoog tempo. Een jonge luis is na 7-10 dagen volwassen en klaar om zelf weer eitjes te leggen. Hij leeft ongeveer één maand en legt in die tijd zo’n 250 eitjes. Snel ingrijpen, zoals haren kammen, is bij hoofdluis dus erg belangrijk.

Wat is het verschil tussen luizen en neten?

De volwassen luis is een grijsblauw beestje van ongeveer 3 millimeter groot. Nadat hij bloed opgezogen heeft, is hij roodbruin. De eitjes, neten, zien eruit als grijswitte puntjes en kleven aan de haren. Ze zijn lastig te verwijderen. Neten die dichtbij de hoofdhuid zitten, bevattten eitjes en daaruit komen weer nieuwe luizen. Als de neten een paar of meerdere centime­ters van de hoofdhuid vandaan zitten, dan zijn de luizen uitgeko­men en blijft er een lege neet achter. Als het haar groeit, komen de lege neten steeds verder van de hoofdhuid af te zitten.Met het blote oog is moeilijk onderscheid te maken tussen neten die nog een larve bevatten (levende neten die dus ook potentieel ‘infectieus’ zijn) of neten die al leeg zijn. Met een microscoop (400x vergroting) is dit onderscheid wel te maken.

Waarom is er vaak een hoofdluisplaag na de zomer- en herfstvakantie?

Na vakanties lijkt het vaak alsof er luizenplagen zijn doordat dan veel schoolkinderen gecontroleerd worden. Hoofdluis komt dan niet zozeer méér voor, maar wordt simpelweg vaker ontdekt.

Vaststellen van luis

De aanwezigheid van luizen kan worden vastgesteld door het haar te kammen met een fijntandige kam boven een stuk wit papier. Inspectie van de haren alleen, zónder kammen, is niet toereikend. De luizen zullen op het papier vallen als kleine grijsblauw of roodbruin gekleurde spikkels. Daarnaast kan het haar achter de oren en in de nek worden geïnspecteerd op de aanwezigheid van luizen. Het aantonen van een levende luis of levende neten op het behaarde hoofd is het bewijs voor een infestatie. Neten groeien met het haar mee (ongeveer 1 cm per maand), dus hoe verder de neet van de hoofdhuid af is, hoe langer geleden deze gelegd is en hoe langer geleden de infestatie heeft plaatsgevonden. Neten die enkele centimeters van de hoofdhuid af liggen, zijn lege of dode neten.

 

HOOFDSTUK 2 – WERKWIJZE LUIZENBRIGADE

Vooraf:

Het controleren op hoofdluis en het behandelen ervan is een verantwoordelijkheid van ouders. De school biedt, binnen kaders, ruimte aan ouders om na elke vakantie een hoofdluiscontrole uit te voeren. Deze controle is aanvullend op het eigen handelen van elke ouder en ontslaat de ouder dus niet van de eigen verantwoordelijkheid. We willen alle ouders stimuleren om aan het eind van elke vakantieperiode thuis zelf te controleren op hoofdluis alvorens het kind weer naar school gaat.

Openheid:

Hoofdluis is een onderwerp dat onder kinderen in een taboesfeer verkeert. Dit achten we ongewenst. Hoe transparanter we handelen, hoe meer informatie en voorlichting we geven, hoe acceptabeler het hebben van hoofdluis wordt. Zeker als we kinderen leren dat een kind dat hoofdluis heeft, de volgende dag na een goede behandeling hoofdluisvrij en dus niet besmettelijk zal zijn. En er dus gewoon mee gespeeld kan worden!

Uitvoering:

Elke maandag na een vakantieperiode stellen we ouders in de gelegenheid om een hoofdluizencontrole uit te voeren. Voor elke klas zijn tenminste twee ouders beschikbaar. In maximaal 45 minuten controleren deze ouders of kinderen hoofdluis hebben. Dit doen ze door zorgvuldig het hoofdhaar te onderzoeken. Alleen indien nodig wordt een kind uitvoerig gekamd.

Instructies

De coördinatrice haalt de eerste kinderen op (zoveel als er luizenouders zijn) uit de klas. We werken de klassen op alfabet, zoals op de controlelijsten, af en zorgen voor zo min mogelijk overlast voor de leerkrachten en leerlingen.

De kinderen die klaar zijn met de controle, krijgen de opdracht mee het volgende kind te sturen dat aan de beurt is. De kinderen uit de groepen 1 en 2 halen we steeds zelf uit de klas.

We werken discreet, dat wil zeggen dat we rekening moeten houden met de gevoelens van de kinderen. Op de controlelijsten staan de eventuele bijzonderheden per kind waar we rekening mee dienen te houden (bijvoorbeeld dat een kind wegens geloofsovertuiging in een aparte ruimte gecontroleerd moet worden of dat een kind op school door de ouder zelf wordt gecontroleerd e.d.).

We noteren onze constateringen op de controlelijst. Mocht een kind de vraag stellen of hij /zij luis heeft, dan geven we daar natuurlijk een eerlijk antwoord op.

Werkwijze van de controle:

We hangen een of meerdere prullenbakzak(ken) op om het vuil in te doen. Deze knopen we later dicht en moeten in de schoolkliko worden gedaan.

Indien dit niet mogelijk is, kan het kind niet gekamd worden en moet het de volgende dag terugkomen voor controle. Dit noteer je op de controlelijst.

Schenk extra aandacht aan plekken, zoals

 

Klop de kam uit op het papier en/of veeg tussendoor de fijntandige kam regelmatig af aan een witte papieren servet of zakdoek en kijk of er luizen op het papier zichtbaar zijn.

Indien er levende luizen op het papier vallen, deze doden door er wat alchohol op te sprenkelen. De aanwezige neten proberen uit het haar te verwijderen dmv kammen of met je vingers/nagels eruit halen (tenzij het er meer dan 5 zijn).

Doe de luizen/netenkam/klipjes/elastiekjes/borstel in het bakje met alcohol en ontsmet je handschoenen door even te ‘wassen’ met alcohol. Het papier boven een prullenbakzak uitschudden en weer terugleggen.

Je geeft de naam van het volgende kind door en noteert op de lijst wat je geconstateerd hebt.

Na de controle: als er wel luizen of neten geconstateerd zijn:

Bij lang haar, de haren vastdoen bijvoorbeeld in een staart of vlecht.

Zoals hierboven alle gebruikte attributen in het bakje met alcohol doen.

Het papier zorgvuldig opvouwen en weggooien, daarna ook je handschoenen weggooien.

We bellen de ouder(s) van de leerling met het verzoek het kind te komen ophalen (c.q. naar huis te laten komen) en nog dezelfde dag thuis te behandelen.

Bij twijfel of als er luis geconstateerd wordt, discreet melden aan de coördinatrice cq vervangend verantwoordelijke. Tevens aangeven wat je hebt gevonden met de opties op de controlelijsten.

De coördinatrice cq vervangend coördinatrice bespreekt de lijst met de directie. De directie bespreekt eea met de betreffende leerkrachten en zorgt ervoor dat een brief wordt meegegeven aan de kinderen uit de klassen waar luis is gevonden.De luizenmoeders zijn vanwege privacyredenen gehouden te zwijgen naar derden, met uitzondering van de directie en de leerkracht, over hun ervaringen bij de controles.           

HOOFDSTUK 3 – PLANNING

We controleren de kinderen standaard iedere maandag na een vakantie. Met eventueel een uitloop naar de dinsdag (niet aanwezig/gel). De controle start direct om 08.30 uur en duurt maximaal 45 minuten. In deze tijd krijgen de kinderen een opdracht waaraan ze zelfstandig kunnen werken (lezen, taken). Om 09.15 uur kan de leerkracht starten met de instructie.

De data in het schooljaar 2014/2015 zijn alsvolgt:

Bij tussentijdse controles en hercontroles worden de ouders, de luizenbrigade en het team op de hoogte gebracht van de data via de daarvoor geschikte communicatiemiddelen.

De luizenouders:

Het streven is dat je de kinderen controleert in de groep waar je je voor hebt opgegeven, maar het kan altijd voorkomen dat er nog hulp nodig is bij de andere klassen. Mocht je nog tijd hebben, is het prettig als je kunt meehelpen.

Mocht je niet kunnen op de geplande dag, dan is het fijn als je komt helpen op de andere dag zodat we altijd een optimale bezetting hebben. Vele handen maken licht werk.